In 2010 betrekt het Rietveld Lyceum haar tweede locatie in de voormalige ‘School no. 1’ aan de Raadhuisstraat.
Bron: levensloop van de scholen in de gemeente Doetinchem.
In 1894 kwamen de plannen op de tafel voor de bouw van een nieuwe ‘school I’ aan de weg naar Varsseveld. Het gemeentebestuur beraamde de kosten op f 19.000,- (de grondkosten op f 4.000,- en de bouwkosten op f 15.000,-). Het gebouw was in 1895 klaar.
De heer Leijds was het laatste hoofd van de "oude" school en het eerste hoofd van de "nieuwe" school. Hij zou tot 1902 in de nieuwe school werkzaam zijn. Na het vertrek van de heer Leijds beraadde het gemeentebestuur zich over de inrichting van het onderwijs. Maatregelen waren noodzakelijk om diverse redenen: grote klassen, alle leerlingen van een klas moesten alle lessen in die klas volgen met als resultaat dat veel kinderen het onderwijs in de talen moesten volgen. Dit wensten sommige ouders niet en stuurden hun kinderen naar andere scholen. Nog een reden voor een switch was de hoogte van het schoolgeld. Dit was voor het onderwijs aan de school aan het plantsoen hoger.
Splitsing van de school in twee afdelingen onder een hoofd, t.w. een afdeling met de "zuivere" lager onderwijsvakken en een afdeling met uitgebreid lager onderwijs werd overwogen, maar afgewezen. Dit gebeurde ook omdat de onderwijsinspectie daartegen bezwaren aanvoerde. Er kwam een nieuwe school voor het onderwijs in de "lager onderwijsvakken" en in Duits, Frans, Engels en Wiskunde. Daartoe werden aan de school twee lokalen bijgebouwd met volledige afscheiding van de lokalen van de lagere school. Zo ontstond naast ‘school I’ de openbare ULO-school.
De scholen in de gemeente werden meestal aangeduid met de namen van het hoofd. De school aan het plantsoen noemde men School-Bakker (hoofd 1920-1939) en daarna School-Radstake (hoofd 1939-1954). Het gemeentebestuur vond dit toch niet handig. Want ook schoolhoofden komen en gaan.
Het gemeentebestuur dacht een oplossing te hebben gevonden in de namen van de vier prinsesjes, maar..... er waren maar vier prinsesjes en er waren vijf scholen. Aan de Tollenstraat bevond zich de school, welke officieus werd aangeduid als School Rozengaarde, een naam, die een link had met de wijk. Het idee ontstond om de school aan het plantsoen de naam School Brouwerskamp te geven. Het raadslid mw. Houtsma-Leijds betoogde, dat de school niet was gevestigd op gronden, die tot de "Brouwerskamp" behoorden. De naam werd toen - op 14 september 1950 - Plantsoenschool.
Bij de vorming van de basisscholen is de bijzondere kleuterschool Vrouwe de Bruijn geïntergreerd in de Plantsoenschool. In 1976 is heeft de toekomst van de school aan een zijden draadje gehangen. Had deze school, met haar afnemende aantal leerlingen, nog wel een toekomst? De vraag werd positief beantwoord en een grootse opknapbeurt onder architectuur van ir. G.J. Thijssen volgde. Met als resultaat, dat achter de uit 1895 stammende voorgevel, anno nu vier fraaie en frisse leslokalen schuilgaan. Een hoofdenkamer en een gemeenschapsruimte. Een school in een binnenstad kan nooit zeker zijn van een aantal leerlingen. Een terugloop werd geconstateerd en uiteindelijk leidde dit toch tot opheffing van de school.
In 2010 betrekt het Rietveld Lyceum haar tweede locatie in de voormalige
‘School no. 1’ aan de Raadhuisstraat. Hier opent het Rietveld het ‘Stijlhuis’.