"Die school in Doetinchem was een project van Rietveld" volgens Johan van Tricht.
Een analyse door W.H. Kok
Begin zestiger jaren kreeg architect Gerrit Rietveld de opdracht van het Doetinchems gemeentebestuur om een plan te maken voor het nieuwe Lyceum. Rietveld schreef op 27 november 1960 zijn bevestigingsbrief aan wethouder Van der Gijn. ‘Ik accepteer de opdracht voor het Lyceum gaarne’. Deze betekenisvolle brief hangt nog steeds in de kamer van de rector.
Eind 1960 begon de plannenmakerij. Rietveld overleed in 1964. In 1968 begon de bouw van de nieuwe school. Wat heeft Rietveld nog daadwerkelijk betekend bij het vormgeven van het gebouw zoals dat er nu staat?
Om antwoord te krijgen op die vraag, bezocht ik het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam, alwaar alle tekeningen zijn bewaard van alle belangrijke Nederlandse architecten. Ook arrangeerde architect G. Simonetti een bezoek aan de mede-ontwerper van het schoolgebouw, de architect J. van Tricht in Werkhoven.Sinds 1961 was Rietveld geassocieerd met een tweetal jonge architecten, Joan van Dillen en Johan van Tricht. Bij verschillende projecten werkten ze nauw met hem samen. Maar ook individueel realiseerden de drie architecten opdrachten. Voor mij was het zéér interessant om Van Tricht te horen vertellen dat ‘die school in Doetinchem’ een project van Rietveld persoonlijk was. Over het eerste ontwerp van Rietveld uit 1962, wist Van Tricht weinig te vertellen. Van Tricht werd pas in 1965 bij het ontwerpproces betrokken. Toen waren Rietveld en Van Dillen overleden.
Dat eerste ontwerp is niet verwezenlijkt. ‘Vervallen’ staat er op de tekeningen. Van Tricht veronderstelt dat de opzet wel eens veel te groot kan zijn geweest: “helemaal onderkelderd; een front met over de hele breedte op de parterre nog twee verdiepingen, de twee vleugels van het min of meer H-vormige gebouw zijn één verdieping lager.” Interessant in dit ontwerp zijn: de conciërgewoning, die aan het gebouw vast zit, de gigantische (brom)fietsenberging in de kelder compleet met de rijrichtingen én de grote centrale ruimtes ‘de hal’ en ‘de aula’. Den Haag keurt het ontwerp af en Rietveld kan opnieuw naar de ontwerptafel.
Volgens oud-conrector ir. W. Geerts lukt het Rietveld om in één weekend het nieuwe ontwerp in hoofdzaken op papier te zetten. Op vrijdag wordt het ontwerp afgekeurd (Geerts was daarbij aanwezig). De maandag erop krijgt de school een telefoontje van Rietveld: "Geerts, ik heb een nieuw plan." Dit ontwerp, verder uitgewerkt, is te zien op de tekeningen uit 1963 en 1964. Door dit aanzicht blijkt dat dit ontwerp van Rietveld niet veel afwijkt van het gebouw zoals dat er nu staat.
Ontwerp Gemeentelijk Lyceum Gerrit Rietveld
Na het overlijden van Rietveld, ligt het project een poos stil. Bij overname van het werk door Van Tricht in 1965, zijn de opvattingen van de gemeente Doetinchem en het eisenpakket vanuit Den Haag zodanig gewijzigd, dat er een nieuw plan moet komen. Exterieur heeft Van Tricht het Rietveld ontwerp gehandhaafd, maar interieur heeft hij veel aan het oorspronkelijke plan veranderd.
Als voorbeeld van een grote verandering in het Rietveld-plan, noemt Van Tricht de inrichting van de centrale hal met de trappen, de garderobe, de toiletten en de verschillende kleine kamertjes. Bij het Rietveld ontwerp was er te weinig ruimte voor een goede doorstroming van leerlingen tijdens de leswisseling. Dit had kunnen leiden tot verstopping.
Rondom de aula en bij de opzet van het sportcomplex is er veel aangepast; geen tribune voor publiek met een grote trap aan de buitenkant van het gebouw. Het grondplan van de school, is onmiskenbaar van Rietveld; de hoofdvorm met z'n eigenzinnige plattegrond, de wijde armen, de driehoekige aula, het horizontale accent in het gebouw, de openheid, de glaspartijen (waardoor het licht ongehinderd naar binnen kan), de kleuren rood, geel, blauw, grijs, zwart en veel wit. Deze stijlkenmerken heeft Van Tricht opgenomen in het definitieve plan.
“Maar een schetsontwerp van Rietveld is nog geen architectuur”, zegt Van Tricht. “Een tekening is geen schoolgebouw waarin je kunt werken. Voordat een gebouw er staat, is er sprake van een groeiproces waarin je verschillende fasen kunt herkennen die je allemaal moet doorlopen. Die fasen zijn zeer wezenlijk voor het uiteindelijke architectonische resultaat.”
Van Tricht is, op z'n zachtst gezegd, niet zo gelukkig met de naamgeving van de school. Zijn opmerking: “De school is voor 50% van Rietveld en voor 50% mijn schepping”, illustreert dit.
Met dank aan:ir. W. Geerts, Vaassenir. G. Simonetti, DoetinchemJ. van Tricht, WerkhovenGemeente Archief DoetinchemNederlands Architectuur Instituut, Rotterdam